Dat was het thema van het kerk-kamp waar we afgelopen weekend met ons gezin aan deelnamen. De kerk in Bangkok waar we nu het meest regelmatig komen, had ons uitgenodigd om dit dynamische weekend mee te maken. Het kamp werd gehouden in een provincie ten westen van Bangkok op zo’n kleine 150 kilometer van ons huis op een landbouw-universiteit met ruime faciliteiten. Dat was wel nodig, want het zou me niet verbazen als er circa 500 mensen waren.
Het was leuk om het platteland weer op te rijden en de reis erheen riep herinneringen op aan ons eerste jaar in Thailand in de plattelands provincie Lopburi. We hadden er gepland zo tegen de middag te zijn, daar dan wat te eten en dan het programma dat rond 12uur begon, mee te maken. Helaas duurde het allemaal iets langer en moesten we de eerste paar uur met een lege maag meezingen en luisteren.
Voor de kinderen was er een uitgebreid kinderprogramma, en ook al was het in Thai, gelukkig waren er wat kinderen en volwassenen die ze wat hielpen met het vertalen naar engels. Het programma voor volwassenen bestond voor een groot deel uit preken en onderwijs, al kon ik niet altijd het verschil tussen beiden bemerken. Het thema, “een dynamische kerk”, klinkt in het Thai aslvolgt: “een kerk die kracht heeft om te bewegen” ofwel "een kerk die een drijvende kracht heeft”.
Maar naar goed Thais gebruik was er ook meer dan ruime aandacht voor games en fun waarin teams van verschillende kerk-locaties tegen elkaar “streden”. Het was af en toe hilarisch, voornamelijk toen er bij één van de games forse hoeveelheden menthol-poeder aan te pas kwamen.

Eén nacht hebben we overnacht in een nabijgelegen resort. Dat was helemaal georganiseerd voor ons door een vriend uit betreffende kerk. Had zag er allemaal perfect uit. Alleen stonden er op onze kamer maar twee bedden en ook waren er maar twee handdoeken. Dat is voor onze begrippen toch wel weinig voor 5 mensen. Maar we hebben het op z’n Thais gedaan en we hebben er gewoon van genoten.

Zondagavond zijn we weer terug gedaan, in tegenstelling tot de Thai die nog een dagje doorgingen met het kamp vanwege vrije dagen op 30 april en 1 mei. Onze twee oudsten moesten echter gewoon op Konginnedag weer naar school. Op Koninginnedag kregen we ook bezoek uit Nederland, helaas, ondanks ons herhaaldelijk en vriendelijk verzoek, zonder oranje tompoucen.
“Nomen est omen” zegt een bekende uitdrukking, ofwel op z’n Nederlands: “ De naam is een voorteken.” Ik weet niet of deze uitdrukking in Nederland ook daadwerkelijk van toepassing is, want in veel gevallen is het lastig om een naam direct met een een bepaald voorteken te associëren. Ik hoop dat het in Thailand niet het geval is, want qua namen kom je hier in onze begrippen bijzonder opmerkelijke dingen tegen.
De Thai hebben net als wij in Nederland een voornaam en een achternaam. Achernamen werden in 1913 ingevoerd door koning Vajiravudh (Rama VI) en hij zorgde ervoor dat er (bijna) geen families waren met eenzelfde achternaam. Een groot deel van de achternamen werden door de koning verzonnen en hij maakte daarbij vaak gebruik van het Sanskrit. Hierdoor zijn de achternamen vaak lang en zeker voor buitenlanders vaak onuitspreekbaar, laat staan dat je ze kunt onthouden.
Gelukkig worden achternamen niet veel gebruikt, de voornamen zijn veel gebruikelijker. Je spreekt iemand dan ook standaard aan met zijn voornaam en zeker niet als “beste meneer achternaam”. Nog een reden om die achternamen maar snel te vergeten.
Het leukste fenomeen van Thaise namen is echter de zogenaamde bijnamen of nicknames. Nu kan iemand in Nederland ook een bijnaam hebben, maar dat wordt niet standaard gebruikt. In Thailand heeft voor zover ik weet iedereen een bijnaam en regelmatig kennen de mensen je ook alleen bij je bijnaam. Ik zal een aantal bijnamen noemen om een indruk te geven: Water, Koe, Rood, Hemelsblauw, Varken, Kip, Kikker, Kleintje, Ukkie, Appel, Groot, Auto, Ultra, etc. Gelukkig zijn er ook nog heel andere bijnamen zoals Jasmijn, Roos, Parel, Ster etc. Ook kom je wel sommige engelse namen tegen zoals bijvoorbeeld "Ann".
Ook wij hebben Thaise namen gekregen omdat het uitspreken van onze namen voor de nodige problemen zorgt, en ze kunnen onze namen ook niet zo goed onthouden. We hebben ze geadopteerd en gebruiken ze veel. Lisette heet “Lielaa” en mijn Thaise naam is “Arun” wat “morgenlicht” betekent. Dat zijn overigens eigenlijk niet onze bijnamen, maar onze Thaise namen. Nou ik ben in ieder geval blij dat ze me niet “varken” wilden noemen, want dan had ik toch wat meer zorgen gemaakt omtrent “Nomen est Omen”.

Mijn Thaise naam is ook de naam van deze tempel: "Wat Arun"
Een taal leren is een hele klus. Engels is voor de meesten al een hele klus, terwijl we dat eigenlijk al vanaf de basisschool geleidelijk aan meekrijgen. Inmiddels spreek ik toch al zo’n vijfentwintig jaar Engels, dat wil zeggen sinds ik mijn eerste woordjes leerde. Toen ik rond mijn 17e een paar keer naar Canada ging, ging het met stappen vooruit en toen ik ging studeren werd het iets van mijn dagelijks leven. Al met al ben ik toch zo’n 17jaar intensief met Engels bezig en nog steeds, als ik bijvoorbeeld moet preken of spreken in het Engels, vraagt het exta voorbereiding. En dan nu het Thai..........het zal jaren duren en we zullen ongetwijfeld bloopers blijven maken. Soms kun je door een verkeerde letter of verkeerde klank, heel rare en ongelukkige dingen zeggen. Hieronder een aantal korte bloopers van onszelf en van collega’s:

Komt iemand op de markt, wijst naar een ananas en vraagt: Sokkeprok taorai? De verkoopster reageert verbaasd en beweert dat deze echt schoon is. Betreffende persoon vroeg “Vies, hoeveel kost het?” in plaats van: “Sapparot taorai?” Ananas, hoeveel kost het?
In onze eerste weken in Thailand moest ik tanken met de auto die ik van iemand geleend had. Ik was net de getallen aan het leren en wilde vragen om de tank voor 1,000 Baht (circa 25 euro, 32 liter) met diesel te vullen, en vroeg: “Tum diesel, nung muun Baht.” Wel ik vroeg daarmee om op te vullen voor 10,000 Baht (dus circa 320 liter). Had ik toch het getal 10,000 en 1,000 met elkaar verward. De vrouw keek me zeer verbaasd aan en zei waarschijnlijk tegen met dat dat niet paste of dat ik met een vrachtwagen moest komen, maar daar verstond ik toen nog niets van.
Iemand zei dat Jezus stierf aan een spijkerbroek. Het woord voor kruis "gaangkeen" lijkt een beetje op dat voor spijkerbroek "gaanggeeng".
Een ander preekte heel passievol over het feit dat God een heel grote vrouw is. In het Thai zeg je: "Pracaow ying yay" (over de grootheid van God). Als je nu alleen de toon van het woordje “ying” verandert van een vallende naar een rijzende toon, dan verander dat de betekenis naar het woordje "vrouw". Oppassen dus.
Weer iemand anders moest in zijn beginperiode in Thailand naar de dokter en deed zijn uiterste best om Thai te spreken. De dokter zei dat hij het zeer waardeerde, maar vroeg of hij hem in het vervolg toch “dokter” (moo) wilde noemen en niet “maa” (hond).
Een vrouwelijke collega van ons wilde een Thaise vriendin vertellen dat ze niet beschikbaar was omdat ze een examen had. Ze gebruikte het woord “sop”. Maar als je de klinker iets te kort zegt, dan betekent het een “lijk” en geen “examen”. Uiteraard reageerde de Thaise vriendin zeer verbaasd.
Enfin, zomaar wat voorbeelden voor de fun. Er wordt hier ook gelachten en het is belangrijk dat je om jezelf kunt lachen, anders wordt het met al ons taal-geploeter snel een heel trieste bedoeling.
Alweer twee weken geleden hadden we een retraite met alle taalstudenten van het afgelopen jaar. Wij waren daar dus ook voor uitgenodigd, samen met de studenten die momenteel nog aan de taalschool in Lopburi studeren. Het programma begon op donderdag en zondagmiddag was het afgelopen. Erwin is donderdag al gegaan, maar ik kon helaas pas met de kinderen op vrijdag komen, omdat de kinderen vrijdag nog naar school moesten. We zijn gelijk uit school gaan rijden en kwamen daar rond etenstijd aan. Voor de kinderen was het vooral erg leuk dat ze hun vriendjes uit Lopburi weer allemaal zagen en daar een paar dagen mee konden spelen. Het genieten begon gelijk toen ze uit de auto kwamen en binnen vijf minuten waren de schoolkleren zwart van de modder en nat van het zweet………
We hebben genoten van gezamenlijk worshippen, zingen, praten, lachen, huilen en sporten. Het was heerlijk om weer even in een vertrouwde groep te zijn bij mensen die we echt gemist hadden. Het bijzondere van deze groep was dat we acht maanden lang met elkaar zijn opgetrokken en elkaar best goed hebben leren kennen. Ook was het een weekend van afscheid nemen, want de meeste mensen hopen binnen een paar weken ook uit Lopburi te vertrekken. De meesten van die groep zullen ook in Chiang-mai gaan wonen, niet echt naast de deur dus en de kans dat je elkaar weer snel ontmoet is dus niet erg groot.

Kinderen presenteren de geestelijke wapenuitrusting
We hebben het weekend ook afscheid genomen van het directeurs-echtpaar van de taalschool. Een lovely koppel dat dit werk 13 jaar gedaan heeft. Zij zijn erg belangrijk geweest voor ons het eerste jaar in Lopburi: ze stonden altijd voor je klaar, hadden een luisterend oor en gaven ook adviezen. We zullen ze erg gaan missen en het is best moeilijk omdat je je realiseert dat je ze waarschijnlijk nooit meet ziet, omdat ze terug zullen gaan naar New Zeeland.
Toen we na dit heerlijke weekend weer in Bangkok waren, hadden we allemaal wel een beetje last van een kater. De kinderen liepen beduusd rond en wij hadden ook even een soort heimwee naar de vrienden die daar nu nog zijn. Maandagochtend was ook nog een verdrietige ochtend voor de kinderen en ze zaten op weg naar school in de auto te huilen om hun vriendjes. Gelukkig ging het dinsdag weer een stuk beter en zitten ze eigenlijk wel weer in het leuke schoolritme.
Naomi gaat ook sinds twee weken naar een Thaise school. Dit ging de eerste dag heel goed. Ze is toen zelfs de hele dag geweest, maar de tweede dag was het dikke tranen en wilde ze niet meer slapen op school. Toen hebben we afgesproken dat we haar na het eten op komen halen. Dit ging die dag daarna goed, maar de dag daarna belde de juf al om 10 uur dat het niet meer ging en ze alleen maar aan het huilen was. De juffen zeiden ook geen tijd te hebben voor een huilend meisje (dat de taal niet spreekt). We hebben toen om de situatie te verbeteren een beloningssysteem ingevoerd, dat ze voor iedere dag niet huilen een sticker krijgt en een lekker snoepje en bij drie stickers een klein cadeautje. Ik ben zelfs een hele ochtend op school geweest om haar een beetje te begeleiden en dingen uit te leggen die ze nog niet begrijpt. Dat heeft echt voor een verandering gezorgd. Nu gaat ze eigenlijk zonder huilen naar school en geniet ze steeds meer. We halen haar echter wel net voor de middag weer op, want dan gaan de kinderen ruim 2 uur slapen, en dat vertikt ze echt.
Van Aziatische culturen is wel bekend dat het concept van “lose face” ofwel gezichtsverlies lijden een belangrijke rol speelt in hoe mensen met elkaar omgaan. Ook in Thailand speelt dat zeker een belangrijke rol. Maar eerlijk gezegd, nu na een kleine 1.5 jaar Thailand, ben ik toch geneigd te zeggen dat het concept van “kreng jai” me het meeste is opgevallen. Het is een gedrags- of karaktertrek die een fundamentele rol speelt in de relationele sfeer en dus in de samenleving. Er is een zekere samenhang met het eerder genoemde “lose face” concept (het is nu eenmaal niet gemakkelijk om individuele gedragingen te isoleren vanuit een complex en veelzijdig gedragspatroon), maar toch is “kreng jai” een unieke en te onderscheiden gedraging.
Maar wat is “kreng jai”? Wel, er is geen letterlijke vertaling of een passende term voor in onze noch in de Engelse taal. Dat is veelzeggend en “kreng jai” is dan ook echt iets specifiek Thais, alhoewel we het misschien in sterk afgezwakte vorm wel tegen kunnen komen in andere culturen. Het is een veel besproken en bestudeerd onderwerp, dus er is voldoende materiaal te vinden, ook op internet, mocht je er meer over willen weten. Ik zal het pogen toe te lichten aan de hand van twee voorbeelden:
1. Op een zondag kwam ik uit de kerk en bood een echtpaar aan met mij mee te rijden, omdat ze toch in dezelfde richting woonden als waar ik naar toe moest. Ik zag aan het gezicht van de vrouwelijke helft van het tweetal dat ze moeite had om op mijn aanbod in te gaan. Kort sprak ze met haar man en ze kwamen met de mededeling dat ze toch met de taxi gingen. Geen probleem natuurlijk, daar kun je je redenen voor hebben.
Een ander voorbeeld las ik in het boek “Working with the Thais” (Holmes and Tangtontavy, 1995) en is een goede illustratie:
2. Op een avond houdt een echtpaar een feestje. Eén van de gasten heeft zijn auto voor het hek van de niet uitgenodigde buurman geparkeerd, zodat deze niet met zijn auto wegkan. Deze besluit echter geduldig te wachten totdat de gast weer vertrekt in plaats van de buurman, ofwel de gastheer, te storen.

Het concept van “kreng jai” kan enigszins omschreven worden met de woorden: je niet willen opdringen, er niet voor willen zorgen dat anderen hinder of ongemak van je ondervinden, anderen in overweging nemen in de dingen die je doet (of dus niet doet), een beleefde houding van respect, rekening houdend met de (mogelijke) gevoelens van de ander en rekening houdend met de (eventuele) gevolgen voor een ander boven je eigen belang. Ik vond de volgende korte omschrijving in bovengenoemd boek: “kreng jai refers to an attitude whereby an individual tries to restrain his own interest or desire, in situations where there is the potential for discomfort or conflict, and where there is a need to maintain a pleasant and cooperative relationship.”
Er is dus wel een belangrijke voorwaarde, namelijk: als er sprake is van een noodzaak of behoefte om die relatie te onderhouden. Dat wil dus niet zeggen dat als iemand op de snelweg afgesneden wordt, hij dan vervolgens reageert op een manier die rekening houdt met de gevoelens van de ander. Terug naar het eerste voorbeeld van de aangeboden lift; ik hoorde later van de echtgenoot van deze vrouw dat ze zich "kreng jai" voelde om in te gaan op mijn aanbod. Ze liet het aanbod, dat toch voordeel voor haar had, graag aan zich voorbij gaan. De mogelijkheid dat dit ongemak voor mij zou kunnen betekenen, woog kennelijk voor haar veel zwaarder.
“Kreng jai” is een waarde die ook weer het belang van relaties laat zien in de Thaise samenleving. De mate van “kreng jai” gevoelens is dan ook weer een functie van het verschil in maatschappelijk positie of van het leeftijdsverschil. Deze gevoeligheid voor de gevoelens van een ander geeft de Thais iets zachts, iets gracieus. Tegelijkertijd is het ook iets dat bij ons als buitenlanders zeer veel vragen oproept. Als ik namelijk iemand ergens voor uitnodig, zegt men vrijwel altijd “ja”. Maar dat “ja” kan ook een “ja” zijn omdat men rekening houdt met mijn gevoelens en mij niet teleur wil stellen en betekent dus lang niet altijd dat men dan komt. Helaas bezit ik niet dezelfde fijngevoeligheid als de meeste Thai om de meer subtiele aanwijzingen in lichaamstaal, gezichtsuitdrukking of woordgebruik te herkennen en deze te lezen als een “attachment” bij hun antwoorden, al lukt het me wel steeds beter. Toch merk ik overigens dat ik in mijn doen en laten ook enigszins door mijn culturele context beïnvloed wordt. Zou ik, de botte recht-toe-recht-an Hollander, dan toch nog wat empathie kunnen ontwikkelen? Er is hoop.
Pagina 1 van 5

Na een intensieve studie Theologie, diverse trainingen waaronder een training aan All Nations Christian College in Engeland, zijn we op 29 Augustus 2010 in samenwerking met de GZB en OMF uitgezonden naar Thailand vanuit de Hervormde wijkgemeente Maranathakerk te Rotterdam-Zuid.